Er was eens een mooi plekje

Midden in de Randstad, niet ver van de grote steden was eens een mooie, groene plek. Lang geleden gingen mensen af en toe naar deze plek om te genieten van de stilte en de omgeving.De mensen wilden deze plek graag zo mooi houden. Ze spraken af dat ze daar met z’n allen voor zouden zorgen. Ze vroegen geen geld aan anderen, maar zorgden helemaal voor zichzelf. Zo ging het jaren. De mensen onderhielden hun huisjes en tuintjes en brachten zo een mooie groene oase in de drukte van de Randstad

De jaren verstreken en de tijden veranderden. Mensen wilden niet meer steeds naar dezelfde plek. Ze wilden de wereld verkennen en dat kon ook. Er waren steeds meer mogelijkheden om de vleugels verder uit te spreiden. Maar hoe moest dat met die mooie groene plek als daar niet regelmatig mensen naartoe kwamen om ervoor te zorgen? De tijd loste dit vanzelf op. Ook al was het vroeger niet de bedoeling dat je altijd op deze plek was, nu werd daar vaak niet meer zo streng naar gekeken.

En zo kwam het dat er allerlei mensen op deze plek gingen wonen. Gewoon omdat het kon. Omdat er geen andere bestemming meer voor was. Ze werden met rust gelaten en konden blijven genieten van de bomen, de dieren, het water, hun fijne plekje.

En nog steeds zorgden ze helemaal voor zichzelf. Niemand hoefde te helpen bij het onderhoud. Bovendien gingen deze mensen vaak naar het nabijgelegen dorp om daar boodschappen te doen, de dokter te bezoeken of hun kinderen naar school te brengen.

De mensen van dat dorp waren blij met deze buren. Fijne, rustige mensen die hun boodschapjes kwamen doen en een gezellig praatje kwamen maken.

Dat ging jaren goed….

Totdat er opeens werd gezegd dat deze mensen hier helemaal niet meer mochten wonen. Al was daar jaren niets over gezegd, dat wisten deze mensen toch! En al zou dit nooit meer een plek worden waar mensen slechts af en toe wilden zijn, het was een regel. En een regel is een regel! Gewoon omdat iemand dat ooit, in andere tijden, had bedacht.

De mensen werden weggestuurd. Ook al kwamen gepensioneerde mensen op straat te staan. Moesten zij hun vijvertje leegscheppen en hun met liefde onderhouden huisje leeg laten staan.Ook al moesten vaders en moeders hun kinderen van school en hun vriendjes weghalen, om bij familieleden in huis te gaan wonen in een grote stad.Ook al moesten mensen hun huisje dan maar openstellen voor mensen die er helemaal geen mooi plekje van wilden maken.

De mensen begrepen er niets van. Ze probeerden te praten. Ze legden uit dat iedereen in het land het zwaar had en dat er uitgerekend voor hen geen mogelijkheid was om nu een andere plek te zoeken.

Het maakte niet uit. Er was een regel. En daarmee was het uit. Maar was dit verhaal dan echt uit? Was er geen ‘En ze leefden nog lang en gelukkig?’

Ik weet het niet.

Ik hoop dat de gemeente Zuidplas nog eens wil nadenken over een happy end.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *